Kanzeon Zen Centrum Rotterdam werd in 1988 opgericht door Niko Tenko Tydeman Roshi.

Niko Roshi heeft een grote rol vervuld bij het ontstaan, de groei en de ontwikkeling van zen in Nederland. Hij zette zengroepen op in Amsterdam, Utrecht en Rotterdam en heeft inmiddels meerdere Dharma opvolgers. Zijn leraarschap wordt gekenmerkt door zijn grote liefde voor ‘het mystieke’, met een eigen wijze van onderricht (mystagogie) en symbolisch denken. Tevens heeft hij Nederland verrijkt met de publicatie van zeven boeken.

Vanaf de oprichting van Kanzeon Zen Centrum Rotterdam werd Niko Roshi in Rotterdam bijgestaan door Gretha Jikai Roshi, zijn latere opvolger en spiritueel leider van het centrum.

Gretha Jikai Roshi heeft in haar werk voor de Rotterdamse sangha steeds de synthese gezocht tussen de oosterse wijsheid en westerse inzichten op het gebied van de psychologie. Zij gaf in 2019 Dharmatransmissie aan twee van haar leerlingen Leo Ahimsa Sumitra Huijg en Marli Jifu Daigen Lindeboom en droeg in 2020 het spiritueel leiderschap over aan Helma Jifu Vulink, afkomstig van het internationale boeddhistisch klooster Zen River.

helma a

Helma Jifu Vulink Sensei is sinds februari 2020 spiritueel leider van Kanzeon Zen Centrum Rotterdam waar zij vanaf 2017 als leraar aan verbonden is. Zij begon in 2003 met haar Zen-beoefening in het boeddhistische klooster Zen River in Groningen, waar ze in 2006 ging wonen, leerling werd van Tenkei Coppens Roshi, en een jaar later Shukke Tokudo ontving.

leo a

Leo Huijg begon zijn zentraining in december 1991 bij Niko Tenko Tydeman Roshi.

Na een studie architectuur in Delft en grafische technieken op de kunstacademie in Rotterdam is hij in 1994 begonnen als tuinman, met voornamelijk het onderhoud in particuliere tuinen.

Na zijn studie architectuur heeft hij militaire dienst geweigerd.

Dit heeft later geleid tot een verdere levensbeschouwelijke zoektocht waarbij het aspect van geweldloosheid een essentieel onderdeel is.

marliNa haar opleiding fysiotherapie heeft Marli vele jaren met hart en ziel gewerkt als hoofd van een grote afdeling fysiotherapie in een verpleeghuis in Rotterdam, daarbij altijd meer op zoek naar oprecht contact dan naar symptomatisch behandelen. Toen ze 28 jaar was, in 1978, vertrokken haar man en zij uit Rotterdam om een jaar te backpacken in Azië en Australië, waarbij zij een aantal diepe ervaringen meemaakte rondom overgave en nietigheid, die haar blijvend zouden vergezellen.

Na de geboorte van hun eerste dochter kwam het diepe besef dat lichaamsgericht werken voor haar en haar werk niet meer voldoende was, zij liet de fysiotherapie los en vond in de haptonomie, de opleiding haptotherapie, de weg naar groei en ontwikkeling van de vermogens van de affectiviteit. 

Er werden nog twee kinderen geboren, een scheiding volgde, waarbij liefde bleef bestaan.